Michaëlla Krajicek: de tweede carrière die nooit gepland was

5 oktober 2026 09:10 4

Wie Michaëlla Krajicek spreekt, merkt al snel dat haar leven nog altijd in beweging is. Letterlijk ook. Het interview vindt plaats tijdens een autorit van Nederland naar Tsjechië. Even stopt ze langs de Duitse snelweg, zet haar telefoon tegen het dashboard en probeert na een paar mislukte pogingen in te loggen op Teams. Over een paar uur rijdt ze weer verder, richting huis. Daar wachten haar twee zoons, haar partner en een hond. Een leven dat nauwelijks nog lijkt op de jaren waarin vliegvelden, hotels en internationale tennistoernooien haar agenda bepaalden. En toch voelt het gesprek geen moment alsof ze afscheid heeft genomen van de topsport. Daarvoor zit die mentaliteit te diep. 

Dat wordt al duidelijk voordat het over padel gaat. Ze praat rustig, zonder grote woorden en zonder de behoefte om terug te grijpen op haar tenniscarrière. Alsof dat hoofdstuk gewoon een onderdeel van haar leven is geweest, niet iets waar ze voortdurend naar terugkijkt. Pas wanneer het gesprek uitkomt op de manier waarop ze tegenwoordig sport, wordt zichtbaar hoeveel van die oude topsporter nog altijd aanwezig is.

“Ik neem alles serieus.” Het is geen uitspraak die ze brengt als levensmotto. Ze constateert het eerder. Alsof het nooit anders is geweest. Juist daardoor krijgt die zin gewicht. Want achter die paar woorden schuilt een carrière waarin vrijwel alles draaide om beter worden. Om trainen, herstellen, opnieuw beginnen en telkens weer de overtuiging hebben dat het nóg beter kon.

Die manier van denken is niet verdwenen toen ze stopte met professioneel tennis. Hij heeft alleen een andere uitlaatklep gevonden. Dat verklaart ook waarom ze nauwelijks nog op een tennisbaan staat. Niet omdat ze de sport achter zich heeft gelaten of omdat haar lichaam het niet meer aankan, maar omdat ze zichzelf goed genoeg kent. Tennis en padel vragen allebei om timing, gevoel en automatismen. Ze wil niet blijven schakelen tussen twee verschillende slagen, twee verschillende ritmes. Als ze padel speelt, wil ze dat goed doen. Half ergens instappen heeft haar nooit gelegen.

Die perfectionistische kant steekt ook nu nog regelmatig de kop op. Ze lacht er zelf om, maar tegelijkertijd is het bloedserieus. Een toernooi spelen zonder goed voorbereid te zijn, voelt niet prettig. Even vrijblijvend een racket oppakken evenmin. Dat is misschien wel de grootste overeenkomst tussen de tennisster van toen en de padelspeelster van nu. De context veranderde. De instelling nauwelijks.

Opvallend genoeg was padel nooit bedoeld als een tweede sportcarrière. Eind 2020 kreeg ze samen met haar goede vriendin Steffie Weterings voor het eerst een padelracket in handen. Op de tennisparken waar ze nog regelmatig kwam, zag ze steeds meer mensen de glazen kooien instappen. Voetballers, oud-tennissers, recreanten. De sport groeide razendsnel en uit nieuwsgierigheid besloten ze het zelf ook eens te proberen.

Meer zat er aanvankelijk niet achter.

Weterings was vrijwel direct gegrepen door het spel en stortte zich er volledig op. Krajicek bekeek het in eerste instantie anders. Ze tenniste nog, kreeg haar eerste zoon en haar leven zag er simpelweg anders uit. Padel was leuk. Een afwisseling. Iets voor erbij. Totdat dat bekende mechanisme zich langzaam weer aandiende. Hoe vaker ze speelde, hoe nieuwsgieriger ze werd naar wat er allemaal mogelijk was. Niet vanuit een uitgesproken ambitie, maar vanuit een bijna vanzelfsprekende behoefte om zichzelf te verbeteren. 

Dat proces verliep sneller dan ze vooraf had verwacht. Samen met Weterings trainde ze steeds vaker, werden nationale toernooien gewonnen en volgden internationale wedstrijden. Uiteindelijk bereikte ze zelfs de top honderd van de wereldranglijst van de FIP. Ze vertelt het met een glimlach, niet omdat die ranking ooit een doel op zich was, maar omdat het achteraf een mooie constatering is. Ze had opnieuw een sport gevonden waarin ze zich kon meten met de besten, zonder dat ze daar haar hele leven opnieuw voor hoefde in te richten.

Juist dat laatste maakt haar verhaal interessant. Vrijwel iedere topsporter kent de drang om door te blijven gaan, om steeds verder te klimmen en alles ondergeschikt te maken aan het volgende doel. Krajicek kent die drang ook. Alleen kijkt ze er inmiddels anders naar. Ze hoeft niet meer alles uit een carrière te halen, omdat ze dat gevoel al kent. Ze weet hoeveel daarvoor nodig is en welke keuzes daarbij horen. Dat maakt het gemakkelijker om nu bewust andere keuzes te maken.

Daar spelen haar gezin en haar thuissituatie een minstens zo grote rol in. Haar partner reist zelf nog altijd veel voor tennis en samen hebben ze twee jonge kinderen. Voor Krajicek voelt het vanzelfsprekend dat thuis een vaste basis blijft. Ze neemt haar zoons bewust niet mee naar ieder toernooi en probeert rust en regelmaat belangrijker te maken dan een overvolle sportagenda. Niet omdat dat de enige juiste manier is, benadrukt ze, maar omdat het voor hún gezin goed voelt. Iedereen maakt daarin zijn eigen afweging. Dit is de hare. 

Misschien is dat wel het grootste verschil met haar eerste sportleven. Vroeger werd vrijwel iedere beslissing genomen vanuit tennis. Nu is tennis verdwenen en heeft ook padel niet langer die centrale plek. De sport moet passen binnen het leven dat ze heeft opgebouwd, niet andersom. Dat betekent niet dat ze minder fanatiek is geworden. Wie haar op de baan ziet, zal eerder het tegenovergestelde zeggen. Alleen ligt de volgorde anders. Eerst het gezin. Daarna de sport.

En misschien is het juist die vrijheid die ervoor zorgt dat ze vandaag de dag zichtbaar meer geniet van iedere wedstrijd die ze speelt. Niet omdat er minder op het spel staat, maar omdat er buiten de baan inmiddels zoveel meer is om voor thuis te komen.

De topsporter is niet verdwenen

Dat ze tegenwoordig andere keuzes maakt, betekent niet dat de oude Michaëlla Krajicek verdwenen is. Integendeel. Tijdens het gesprek komt haar competitieve karakter steeds weer bovendrijven. Niet op een overdreven manier, maar juist in de details. In de manier waarop ze over trainen praat. Over partners kiezen. Over wedstrijden voorbereiden. Of over de vraag waarom ze eigenlijk nog altijd toernooien speelt. “Ik doe niet mee voor de lol.” Ze zegt het lachend, maar de boodschap is duidelijk. Zodra ze de baan opstapt, wil ze winnen. Dat verlangen is nooit weggegaan. Alleen de prijs die ze ervoor bereid is te betalen, is veranderd. Waar ze vroeger zonder aarzelen haar leven rondom een internationale tenniskalender organiseerde, kijkt ze nu eerst naar haar gezin. Een buitenlands toernooi waarvoor dagen gereisd moet worden, past simpelweg niet meer in de fase waarin ze nu zit.

Dat vindt ze soms jammer, geeft ze eerlijk toe. Niet omdat ze spijt heeft van haar keuzes, maar omdat ze weet wat ervoor nodig is om internationaal echt mee te doen. Ze ziet hoe jonge speelsters vrijwel hun hele leven rondom padel organiseren, hoe ze reizen, trainen en alles in het teken zetten van de volgende stap. Dat herkent ze. Ze heeft jarenlang precies hetzelfde gedaan, alleen in een andere sport. Misschien begrijpt ze daardoor beter dan wie ook wat daarvoor nodig is.  Juist daarom vergelijkt ze zichzelf ook niet met de Nederlandse speelsters die nu aan de weg timmeren. Namen als Steffie Weterings en Marcella Koek krijgen alle ruimte om zich volledig op hun sport te richten. Ze hebben een ander leven, zegt Krajicek zonder enige jaloezie. Geen kinderen, een andere dagelijkse werkelijkheid en daardoor ook andere mogelijkheden. “Dat kun je gewoon niet vergelijken.”

Het is een opmerking die veel zegt over hoe ze tegenwoordig naar topsport kijkt. Tijdens haar tenniscarrière werd vrijwel alles langs de meetlat van prestaties gelegd. Nu kijkt ze eerder naar de context waarin die prestaties tot stand komen. Niet iedereen begint vanaf dezelfde uitgangspositie en niet iedereen hoeft dezelfde keuzes te maken om gelukkig te zijn.

Dat betekent overigens niet dat haar ambitie verdwenen is zodra ze een racket vasthoudt. Ze kiest haar partners nog altijd zorgvuldig. Niet alleen op basis van niveau, maar vooral op karakter. Dat deed ze vroeger in het tennis al en daarin is weinig veranderd. Ze wil naast iemand staan die ze mag, iemand met wie ze buiten de baan net zo makkelijk een gesprek voert als tijdens een spannende wedstrijd. Volgens haar is dat geen detail, maar een voorwaarde om als team goed te functioneren.

“Ik zou nooit met iemand willen spelen die ik als persoon niet mag.” Ze vertelt dat zonder oordeel richting anderen, al begrijpt ze soms niet hoe sommige koppels dat wel doen. Ze kent voorbeelden van spelers die nauwelijks met elkaar overweg kunnen, maar toch samen blijven spelen omdat het sportief goed uitkomt. Voor haar zou dat ondenkbaar zijn. De samenwerking begint niet bij de eerste service, maar veel eerder. Vertrouwen laat zich volgens haar niet afdwingen zodra de wedstrijd begint. Die overtuiging komt niet uit de lucht vallen. Ook tijdens haar tennisloopbaan koos ze haar dubbelpartners zorgvuldig. De grootste successen behaalde ze juist met speelsters met wie het buiten de baan ook klikte. Ze bewaart warme herinneringen aan de halve finales op Grand Slams en de titels die ze in het dubbelspel won, juist omdat daar meer speelde dan alleen tennis.

Dat verklaart misschien ook waarom padel haar zo aanspreekt. Waar ze in het enkelspel altijd volledig op zichzelf was aangewezen, staat er nu iemand naast haar die dezelfde wedstrijd beleeft. Natuurlijk blijft een slechte dag vervelend, maar je hoeft hem niet alleen te dragen. Er is altijd iemand die je even uit een negatieve gedachte kan halen of een tactische oplossing ziet die je zelf mist.

Toch zegt ze iets opvallends. Ondanks haar liefde voor het dubbelspel denkt ze nog altijd dat haar grootste kwaliteit in het tennis juist haar mentale weerbaarheid was. Ze heeft altijd geloofd dat ze wedstrijden kon kantelen door rustig te blijven wanneer anderen begonnen te twijfelen. Die hardheid, zegt ze, kreeg ze van huis uit mee. Niet alleen het willen winnen, maar vooral het besef dat je ook waardig moet kunnen verliezen. Dat laatste brengt haar vanzelf op een onderwerp waar ze zichtbaar over heeft nagedacht: de cultuur binnen padel. Ze formuleert haar woorden zorgvuldig, omdat ze niemand wil afvallen. Tegelijkertijd vindt ze dat er op dat punt nog winst te behalen valt. In het tennis groeide ze op in een omgeving waarin respect bijna net zo belangrijk was als het resultaat. Na een nederlaag feliciteerde je de tegenstander. Je accepteerde dat iemand op die dag beter was geweest. Haar vader zag daar streng op toe. Als jong meisje vond ze dat soms lastig, maar inmiddels begrijpt ze waarom hij daar zoveel waarde aan hechtte.

Juist daardoor vallen bepaalde dingen haar nu op wanneer ze naar padel kijkt. Ze ziet een jonge sport die zich razendsnel ontwikkelt, maar waarin de omgangsvormen soms nog zoekende zijn. Niet op het allerhoogste niveau, benadrukt ze, maar daaronder. Meer respect voor tegenstanders, meer klasse en meer waardering voor elkaars prestaties zouden volgens haar goed zijn voor de sport. Niet omdat padel daarmee op tennis moet gaan lijken, maar omdat iedere volwassen topsport uiteindelijk wordt gedragen door dezelfde basiswaarden.  Dat zegt misschien nog wel het meeste over Michaëlla Krajicek. Ook nu haar eigen carrière niet langer het middelpunt vormt, blijft ze kijken naar wat een sport nodig heeft om verder te groeien. Niet vanuit nostalgie, maar vanuit ervaring. Ze weet hoe een topsportcultuur ontstaat, omdat ze er jarenlang middenin heeft gestaan. En juist daarom kijkt ze met belangstelling naar de generatie die na haar komt.

Padelgids.nl Magazine Cover editie 2 2026

Lees meer in de tweede editie van het Padelgids.nl Magazine!

Vond je dit artikel interessant? Dit artikel komt uit de de tweede, en meest recente, editie van het Padelgids.nl Magazine. Boordevol tips, interviews en het laatste padelnieuws.