Van tennisblessure naar padeltop
Veel mensen zien de toernooien. De rankings. De foto’s op social media. Wat ze vaak niet zien, zijn de honderden trainingsuren, de eindeloze autoritten, de zoektocht naar sponsors en de onzekerheid die bij topsport hoort. Voor Bart van Opstal is dat dagelijkse realiteit. De 31-jarige speler uit Tilburg behoort al jaren tot de Nederlandse top. Hij speelde voor Nederland op het WK in Dubai, stond ooit derde van Nederland en reist het grootste deel van het jaar langs internationale toernooien. Toch gaat zijn verhaal niet alleen over winnen.

Het gaat vooral over een tennisdroom die abrupt eindigde. Over jarenlang revalideren.Over opnieuw beginnen. En over een tweede kans die hij nooit zag aankomen.
Laten we bij het begin beginnen. Wie is Bart van Opstal?
“Ik ben 31 jaar, woon samen met mijn vriendin in Tilburg en ben professioneel padelspeler. Maar eigenlijk begint mijn verhaal niet bij padel. Het begint bij tennis.”
Was tennis altijd al vanzelfsprekend?
“Volgens mijn ouders wel. Die zeggen altijd dat ik als klein jongetje al met een racket rondliep. Er schijnt zelfs een oude video te bestaan waarop ik als peuter al tientallen keren een bal kan overslaan. Alleen had ik daar zelf totaal geen interesse in. Mijn ouders probeerden me enthousiast te maken voor tennis, maar ik wilde voetballen.”
Dat klinkt niet als iemand die later professioneel racketspeler wordt.
“Lekker eigenwijs misschien. Mijn ouders zagen wel dat er talent zat. Zeker omdat tennis in onze familie een grote rol speelde. Mijn moeder heeft op hoog niveau getennist. Zij stond ooit zelfs tweede van de wereld in de 40-plus mixed categorie. Inmiddels speelt ze in het Nederlandse senioren padelteam. Mijn vader tenniste ook op een goed niveau. Achteraf gezien zat die aanleg er waarschijnlijk gewoon in.”
Toch duurde het tot zijn tiende voordat Van Opstal zelf besloot een racket op te pakken.
“Vanaf dat moment ben ik eigenlijk volledig voor tennis gegaan.”
Een droom die abrupt stopt
Tennis werd serieus?
“Ja. Ik speelde uiteindelijk negen jaar en schopte het tot de top tachtig van Nederland. Mijn droom was absoluut om topsporter te worden.” Maar juist op het moment dat die droom steeds concreter werd, kwam er een harde stop. “Ik kreeg een jumpers knee. Een hardnekkige kniepeesblessure waar ik uiteindelijk ongeveer vijf jaar mee heb gelopen.”
Vijf jaar is enorm lang.
“Dat was het ook. Zeker omdat ik echt alles geprobeerd heb. Operaties, fysiotherapie, injecties, specialisten. Ik ben zelfs naar Spanje geweest voor behandeling. Op een gegeven moment kom je op een punt dat je denkt: wat moet ik nog meer doen?” Het moeilijkste bleek niet de fysieke pijn. “Het lastigste is accepteren dat iets waar je jarenlang voor hebt gewerkt ineens verdwijnt. Dat is vooral mentaal zwaar.”
“Padel gaf weer licht aan het einde van de tunnel”
Jarenlang stond sport niet meer centraal. Tot een vriend hem een filmpje liet zien. “Een maat van me stuurde een video van een nieuwe sport. Padel. Hij zei: moeten we dit niet gewoon eens proberen?”
En dat veranderde alles?
“Niet direct. Ik had nog steeds last van die knie. Maar ik kon dankzij mijn tennisachtergrond veel compenseren. Ik hoefde minder te lopen dan vroeger en kon veel oplossen met techniek en gevoel.” Wat begon als een incidenteel potje groeide langzaam uit tot iets veel groters. “Ik werd eigenlijk meteen verliefd op de sport. Vooral op de dynamiek. Die wanden. De onverwachte hoeken. Het tactische gedeelte. Elke rally voelt anders.”
Wat trok je er zo in aan?
“Dat je constant leert. Iedere keer als ik speelde merkte ik dat ik beter werd. Ik begreep het spel steeds beter. En eerlijk gezegd is er weinig leuker dan jezelf ergens snel in zien groeien.” Tegelijkertijd gebeurde er nog iets anders. “Padel gaf me ook de motivatie om opnieuw serieus met mijn revalidatie bezig te gaan. Ik had daar na al die jaren eigenlijk geen vertrouwen meer in. Maar doordat ik weer plezier kreeg in sporten, ontstond er toch weer een doel.”
Van clubspeler naar Oranje
De ontwikkeling ging sneller dan hij zelf had verwacht. “Ik begon gewoon met competitie spelen. Samen met mijn ouders. Voor de gezelligheid.” Maar toen zijn knie sterker werd, groeide ook zijn niveau snel. “Op een gegeven moment won ik vrij snel een P100-toernooi. Dat was eigenlijk het eerste moment waarop mensen zagen dat ik meer kon dan alleen leuk meedraaien.” Kort daarna mocht hij meetrainen met het Nederlands team. “Dat veranderde alles.”
Waarom?
“Omdat het voor het eerst voelde alsof die oude topsportdroom misschien toch nog mogelijk was.” In 2022 volgde zijn eerste WK met Oranje in Dubai. “Dat was voor mij echt een kantelpunt.” Op dat moment werkte Van Opstal nog bij JustPadel.com. “Ik had meegebouwd aan de eerste versie van de website en leidde de padelschool. Maar ergens wist ik: als ik dit serieus wil proberen, moet ik kiezen.” Dat deed hij. “Ik ben gestopt met mijn baan en volledig voor padel gegaan.”
“Ik ben beter in padel dan ik ooit in tennis was” Veel voormalige tennissers blijven vergelijken. Van Opstal niet. “Ik heb de afgelopen tien jaar misschien één keer getennist.”
Zo weinig?
“Ja. Omdat ik eigenlijk geen reden heb om terug te verlangen.”
Waarom niet?
“Ik ben beter in padel dan ik ooit in tennis ben geweest.” Dat klinkt nuchter, maar de cijfers ondersteunen zijn verhaal. “Mijn hoogste positie was nummer drie van Nederland. Dat niveau had ik in tennis waarschijnlijk nooit gehaald.”
Volgens Van Opstal sluit padel beter aan op zijn natuurlijke kwaliteiten. “Ik ben sterk aan het net. Ik anticipeer snel. Ik heb veel gevoel in mijn handen en kan de bal goed plaatsen. Dat zijn eigenschappen die in padel ontzettend belangrijk zijn.”
De sport verandert voor zijn ogen
Wie denkt dat padel nog steeds draait om eindeloos verdedigen, loopt volgens hem achter. “De sport verandert enorm snel.”
Wat bedoel je daarmee?
“Vroeger hoorde je vaak dat de beste verdediger won. Dat controle en geduld allesbepalend waren.” Dat beeld klopt volgens hem steeds minder. “Kijk naar spelers als Tapia en Coello. Het spel wordt atletischer. Sneller. Aanvallender. Smashes worden harder. Volleys agressiever. Korte lobs worden direct afgestraft.” Daardoor verschuift ook de manier waarop spelers zich ontwikkelen. “Techniek blijft belangrijk. Maar fysieke kwaliteiten spelen een steeds grotere rol.”
Leven van padel is anders dan mensen denken
Van buitenaf lijkt het leven van een profspeler aantrekkelijk. Toernooien. Reizen. Sponsors. De werkelijkheid is volgens Van Opstal genuanceerder. “Zonder sponsors zou ik dit niet kunnen doen.”
Zo simpel is het?
“Ja. Zonder sponsoring zou ik direct les moeten geven naast mijn carrière.” Veel internationale toernooien leveren financieel nauwelijks iets op. “Vliegtickets zijn duur. Hotels zijn duur. Reizen kost geld. Soms moet je eerst meerdere wedstrijden winnen voordat je überhaupt prijzengeld verdient.” Zelfs een toernooioverwinning betekent niet automatisch winst. “Als je vier nachten moet overnachten, reist en alles zelf betaalt, blijft er vaak weinig over.” Daarom ziet hij sponsoren als een essentieel onderdeel van zijn carrière. “Mijn sponsoren maken het mogelijk dat ik mijn droom blijf najagen.”
De zoektocht waar bijna niemand over praat
Misschien wel de meest onderschatte uitdaging binnen het professionele padel is het vinden van de juiste partner. “Dat is veel ingewikkelder dan mensen denken.” Een goede partner moet niet alleen goed kunnen spelen. “Je moet elkaar ook begrijpen.”
Wat maakt dat zo belangrijk?
“Een goed team herken je niet aan hoe het wint. Een goed team herken je aan hoe het verliest.”
Volgens Van Opstal ontstaat daar het echte verschil.“Na een nederlaag moet je kunnen analyseren. Elkaar feedback geven. Samen groeien.” En precies daar ontstaat soms een probleem. “Het grootste deel van de internationale padelwereld spreekt Spaans.”
Jij niet.
“Niet genoeg in ieder geval.” Daardoor vallen veel potentiële partners af. “Je kunt best samen wedstrijden spelen. Maar als je dertig weekenden per jaar samen reist en belangrijke gesprekken niet kunt voeren, loop je vroeg of laat tegen grenzen aan.” Het is een verhaal dat veel fans niet kennen. “Soms heb je geweldige resultaten met iemand, maar kun je nauwelijks met elkaar communiceren buiten de baan. Dan wordt het moeilijk om daar jarenlang mee door te gaan.”
Een nieuw hoofdstuk
Terwijl hij werkt aan zijn sportieve doelen, verandert er ook privé veel. “Mijn vriendin en ik verwachten in december een zoon.” Zijn gezicht verschijnt direct in een glimlach wanneer het onderwerp ter sprake komt. “Dat wordt een heel bijzonder hoofdstuk.”
Verandert dat ook je carrière?
“Dat weet ik nog niet precies. Ik denk dat iedereen die vader wordt dat moet gaan ontdekken.”
Wat hij wel weet, is dat zijn agenda momenteel volledig gevuld is. Negen trainingsmomenten per week. Tientallen toernooien per jaar. Vrijwel ieder weekend onderweg. “Ik verwacht wel dat ik straks meer thuis wil zijn. Maar hoe dat er precies uitziet, moet blijken.”
De top 150 blijft het doel
Ondanks alle veranderingen blijft één ambitie overeind staan. “Ik wil nog steeds de top 150 van de wereld halen.” Zijn hoogste ranking lag rond plaats 180. “Ik geloof nog steeds dat ik beter ben geworden. Alleen heb ik dit seizoen veel moeite gehad met het vinden van een vaste partner.” Toch klinkt er geen frustratie door. Eerder vastberadenheid. “Uiteindelijk moet je resultaten laten zien. Goede wedstrijden winnen. Dan komen de kansen vanzelf.”
Fotografie: Alyssa van Heyst
Lees meer in de tweede editie van het Padelgids.nl Magazine!
Vond je dit artikel interessant? Dit artikel komt uit de de tweede, en meest recente, editie van het Padelgids.nl Magazine. Boordevol tips, interviews en het laatste padelnieuws.