Topvoetballers omarmen padel

18 juni 2026 08:37 7

Het verhaal is Netflix-waardig. Een robuuste MMA-vechter raakt in 2003 op Mallorca in de ban van een sport die niemand in ons land kent. Hij wint jaren later de loterij en brengt padel naar Nederland. Met alle gevolgen van dien. “In een ander leven, ga ik dit never nooit meer doen”, zegt Danny van Vaneveld, eigenaar van padel.nl, over twintig ongelooflijke jaren.

“In Barcelona padelde Johan Cruijff en Patrick Kluivert. Philip Cocu deed het, net zoals de gebroeders De Boer. In Madrid speelden Wesley Sneijder, Rafael van der Vaart, Ruud van Nistelrooy, Klaas-Jan Huntelaar en Arjen Robben, die nu als eerste bekende oud-voetballer op de padel-wereldranglijst staat”, zegt Danny van Vaneveld.

Waarom padellen zoveel voetballers eigenlijk? “In hun contract staat dat ze niet mogen tennissen en skiën. Te gevaarlijk. Te belastend voor hun gewrichten. Padel is dat niet. Hoewel het intensief is, geeft de softe ondergrond een andere belasting op het lijf.” Maar waarom vinden voetballers padel dan zo leuk? “Het is kleedkamergedrag op een miniveld. Compact, veel interactie met elkaar, competitief. Veel voetballers hebben bovendien een breed balgevoel, waardoor ze direct goed kunnen padellen. Voetballers winnen over het algemeen relatief veel potjes.”

Gekke kooitjes

Danny gaat terug naar die ene vakantie in 2003, op Mallorca. “Ik ben geen handdoek-legger, ik moet sporten en kwam uit bij Mega Sportcentre in Palma. Niet normaal wat een sportfaciliteiten. Ik trainde me helemaal in het zweet, en toen zag ik het ineens buiten… Van die gekke kooitjes met daarin een mini-tennisbaantje. Niet één, maar veertien stuks.” Het was 43 graden en de banen lagen er verlaten bij. Maar een paar uur later keerde hij terug. “Ik wist niet wat ik zag. Ik was op slag verliefd. Kippenvel over mijn armen. Overal mensen op de banen, publiek eromheen. Onderhandse services, smashes, een bal tegen een glazen transparante muur. De intensiteit was ongelooflijk. Ik kon maar één ding roepen: ‘Dit wil ik ook’.”

Danny besloot te gaan trainen. Niet een padellesje van 50 minuten, maar iedere dag, uren. Hij vloog iedere vier weken terug naar Mallorca, als een soort padel-expat. “Ik was betoverd door het spel en moest én zou het in de vingers krijgen.” Op een dag stond hij zomaar met een schuchtere jongen op de padelbaan met de naam Rafael Nadal, de zoon van de Spaanse padelbaan-bouwer. “Dat was nog voordat hij zijn eerste grand slam won. Hij liet me alle hoeken van het veld zien, en ik verloor kansloos. Maar ik genoot met volle teugen.”

Tien jaar leuren en sleuren

Zijn padeldroom werd bijna een obsessie. Het was inmiddels 2010. “Hoe maak ik padel groot in Nederland? Daar dacht ik nog steeds iedere minuut van de dag aan.” Hij zocht partnerships, vroeg offertes op en stootte keer op keer zijn neus. Investeerders haakten af, geschikte locaties ontbraken en een helder verdienmodel was er niet. “Een verschrikkelijke periode. Ik zag parallel dat de Zweedse bond er serieus mee aan de gang ging. Het werd al snel een succes, waarbij honderden padelbanen het hele land veroverden. Dat wilde ik ook. Maar in Nederland kwam het maar niet van de grond.”

En toen, klap-boem: Danny wint de hoofdprijs in de loterij. Hij noemt het in een bijzin, alsof het niet belangrijk is. “Ik verzet me tegen het idee dat ik zonder de factor geluk misschien nooit mijn padeldroom waar had kunnen maken. Maar ik besef me wel dat ik na tien jaar duwen en trekken écht doodop was.” Met het geld in zijn achterzak kon hij eindelijk zelf grote beslissingen nemen, zonder concessies te doen aan kwaliteit. “Het moest iets unieks zijn, iets wat er nog niet was. We gaven de opdracht om een baan te ontwerpen die geheel transparant was, zonder hoekprofielen. Absolute top, ook nu nog.”

Op 20 mei 2012 vond de grote opening plaats. Danny nodigde padel-wereldtoppers Fernando Belasteguin en Fernando Poggi uit voor een demonstratie. “Die dag was geweldig. Het zijn de beste banen van Europa. Nu nog steeds. Dat verzin ik niet, dat is zo beoordeeld.”

COVID als redding

Wat een vliegwiel voor honderden padelbanen moest worden, bleek niet de realiteit. Nederland was er nog niet klaar voor. “Op verjaardagen kreeg ik de wind van voren. ‘Hoeveel banen heb je dit jaar verkocht, Danny?’ En ik maar volhouden dat padel een absolute hitsensatie zou gaan worden. Iedereen lag in een deuk.”

Tot overmaat van ramp kwam COVID-19. Zes maanden lang geen enkele opdracht. Maar in maart 2021 werden de regels versoepeld en bleek padel met de anderhalve meterregel een geweldige uitkomst. “De telefoon stond hier roodgloeiend. Of we even volgende week twee keer vijf banen in Haarlem wilden bouwen, vier in Hoorn, zes in Heerhugowaard. Tientallen padelbanen schoten als paddenstoelen uit de grond.”

Inmiddels zit de markt in een nieuwe fase. Bezwaren over geluidsoverlast, een gebrek aan geschikte locaties en nieuwbouwprocedures remmen de groei. “Ik weet zeker dat we met soepelere regelgeving in Nederland zomaar 1.000 banen extra kunnen neerleggen.” En dan zijn er nog de cowboys. “Mensen die denken even snel te cashen met lage kwaliteit. Met zwakke constructies en gammele toestanden als gevolg. Niet alleen als ondernemer word ik daar verdrietig van, maar vooral ook als padel-liefhebber. Ik zie het als mijn sport, mijn heilige missie.”

“Ik had deze reis voor geen goud willen missen. Maar als ik van tevoren had geweten dat ik zo ongelooflijk moest ploeteren om Nederland aan het paddelen te krijgen, dan denk ik niet dat ik het over zou doen.” In Nederland liggen in 2025 naar schatting 3.000 padelbanen, verdeeld over 750 locaties. De sport is voor iedereen, en immens populair bij generatie Y en Z.

Padelgids.nl Magazine Cover

Lees meer in het Padelgids.nl Magazine!

Vond je dit artikel interessant? Dit artikel komt uit de nieuwste editie van het Padelgids.nl Magazine. Boordevol tips, interviews en het laatste padelnieuws.