Nederland heeft bijna duizend geregistreerde padellocaties – maar waar staan ze?

Een landelijk totaal klinkt indrukwekkend, maar zegt weinig over de vraag of een speler op dinsdagavond daadwerkelijk een baan in de buurt kan vinden. De Nederlandse padelkaart laat vooral zien hoe ongelijk groei kan zijn.
Rubriek

De padelkaart van Nederland

Nederland heeft in korte tijd duizenden padelbanen gekregen. Maar groei is niet hetzelfde als spreiding. In de ene provincie staan grote indoorcentra met tien of meer banen, terwijl spelers elders afhankelijk zijn van een paar buitenbanen bij een vereniging.

Lees meer

In De padelkaart van Nederland gebruikt Padelgids.nl zijn eigen locatiedatabase samen met openbare cijfers om te laten zien wat er achter de groei schuilgaat. Niet alleen hoeveel banen Nederland telt, maar waar ze staan, wie ze exploiteert, welk type baan wordt gebouwd en waar nieuwe capaciteit wordt verwacht.

De cijfers zijn daarbij geen eindpunt. Ze vormen het begin van het verhaal. Want achter iedere stip op de kaart zit een keuze: een vereniging die een tennisbaan opoffert, een ondernemer die een hal huurt, een gemeente die een vergunning verleent of een regio waar de vraag sneller groeit dan het aanbod..

Deze serie wordt daarom regelmatig opnieuw interessant. De Nederlandse padelkaart is nooit af.

Open de Padelgids-kaart zonder filters en Nederland lijkt vrijwel dichtgeslibd met padel. Op 22 september 2026 staan 985 locaties en 4.552 banen in de database. Toch is dat niet het getal dat je moet gebruiken wanneer je wilt weten hoeveel plekken vandaag werkelijk beschikbaar zijn.

985 stippen zijn niet hetzelfde als 985 speelplekken

De database bevat namelijk ook verwachte locaties, private banen en locaties met andere statussen. Zet je de filters op gerealiseerd én in gebruik, dan kom je uit op 829 locaties en 3.824 banen. Dat verschil van 156 locaties is journalistiek interessant: een kaart is niet alleen een foto van het heden, maar ook een venster op plannen, vertragingen en veranderingen.

Juist daarom moet bij padeldata altijd de definitie naast het getal staan. Anders lijken twee correcte cijfers elkaar tegen te spreken terwijl ze iets anders meten.

De provinciegrens vertelt maar een deel

De officiële KNLTB/EY-meting over 2025 geeft een bruikbare provinciale vergelijking. Noord-Brabant telde daarin 715 banen, Noord-Holland 628 en Zuid-Holland 598. Zeeland stond met 55 banen onderaan.

Maar absolute aantallen bevoordelen grote en dichtbevolkte provincies. Een speler wil niet weten hoeveel banen zijn provincie heeft; hij wil weten hoeveel aanbod er rondom zijn woonplaats is, hoeveel mensen hetzelfde aanbod gebruiken en of de banen op zijn favoriete tijd beschikbaar zijn.

Daarom is de volgende fase van padeldata interessanter dan een ranglijst. Banen per inwoner, spelers per baan, reistijd naar de dichtstbijzijnde locatie en het aandeel indoorcapaciteit vertellen veel meer over de echte speelruimte.

Een kaart vol clusters

Kijk je naar de spreiding, dan ontstaan duidelijke clusters rond stedelijke gebieden. Daar is een grote flexibele spelersmarkt en kan een commerciële exploitant makkelijker meerdere banen vullen. Tegelijk hebben veel dorpen juist via tennisverenigingen padel gekregen.

Die twee groeimodellen tekenen verschillende kaarten. De commerciële kaart volgt bevolkingsdichtheid, bereikbaarheid en geschikte hallen. De verenigingskaart volgt bestaande sportparken en lokale clubstructuur.

Daardoor kan een kleinere plaats relatief goed bediend zijn terwijl een dichtbevolkte stadsregio ondanks veel banen toch schaarste ervaart.

De witte vlek is relatief

Een witte vlek betekent bovendien niet automatisch dat er letterlijk geen baan ligt. Het kan betekenen dat de dichtstbijzijnde capaciteit klein is, alleen outdoor beschikbaar is of dat een club vooral leden bedient.

Andersom betekent een groot icoon met tien banen niet dat de markt verzadigd is. Als duizenden spelers dezelfde hal willen boeken, blijft de druk hoog.

De interessante vraag wordt dus: hoeveel bruikbare capaciteit heeft een regio voor het type speler dat er woont? Dat is ingewikkelder dan stippen tellen, maar precies daar wordt een database journalistiek waardevol.

Padelgids als levende kaart

De kracht van de Padelgids-database is dat locaties niet alleen een naam en adres hebben. Er kan worden gefilterd op baanstatus, indoor, outdoor, overdekt, enkelbaan, locatiecategorie en faciliteiten. Daarmee kun je steeds andere kaarten van hetzelfde Nederland maken.

Een beginner zoekt misschien materiaalverhuur en lessen. Een competitiespeler wil voldoende banen en toernooien. Een groep vrienden wil online reserveren zonder lidmaatschap. Voor al die spelers ziet de praktische padelkaart er anders uit.

De komende afleveringen zoomen daarom in. Niet om één provincie tot winnaar uit te roepen, maar om te begrijpen waarom de sport in verschillende delen van Nederland anders groeit.

Verdieping: wat het cijfer nog niet vertelt

Wat deze eerste kaart bovendien duidelijk maakt, is hoe snel een landelijk totaal zijn betekenis verliest zodra je naar de dagelijkse praktijk kijkt. Vier banen in een kleine gemeente kunnen lokaal ruimer voelen dan twaalf banen in een grote stad. De relevante eenheid is dus niet Nederland, en soms zelfs niet de provincie, maar het verzorgingsgebied rond een locatie. Wie woont er binnen vijftien minuten rijden? Welke andere aanbieders liggen daar? Hoeveel van de banen zijn op winteravonden bruikbaar? En zijn ze vrij boekbaar of vooral voor leden?

Voor Padelgids ligt daar een kans om de database de komende jaren verder te laten groeien van adressenbestand naar marktmonitor. Niet door voorspellingen als feiten te presenteren, maar door bestaande data slimmer te combineren. Een postcodekaart met gerealiseerde banen per 10.000 inwoners kan bijvoorbeeld een heel ander beeld geven dan de absolute provinciecijfers. Voeg daar indoorcapaciteit aan toe en de kaart verandert opnieuw.

Ook de tijdsdimensie verdient aandacht. Een locatie met vier banen die in 2019 werd geopend, vertelt iets anders dan een centrum dat in 2026 met twaalf banen start. Door openingsjaren te bewaren kan zichtbaar worden hoe de groei zich geografisch verplaatste. Begon een regio bij verenigingen en volgde commercieel aanbod later? Of kwam de eerste serieuze capaciteit juist uit een bedrijfshal?

Dat maakt deze rubriek meer dan een verzameling ranglijstjes. Het doel is juist om te laten zien dat één cijfer bijna altijd een vervolgvraag oproept. De kaart wordt interessanter zodra we hem uit elkaar halen.

De kaart in cijfers

  • 985 geregistreerde locaties in de brede Padelgids-weergave op 22 september 2026.
  • 4.552 geregistreerde banen in diezelfde brede weergave.
  • 829 locaties met gerealiseerde banen die als in gebruik staan geregistreerd.
  • 3.824 gerealiseerde banen die als in gebruik staan geregistreerd.
  • KNLTB/EY: 3.523 banen en 780 aanbieders in de meting over 2025.