Noord-Brabant heeft de meeste banen, Noord-Holland de grootste druk
De padelkaart van Nederland
Nederland heeft in korte tijd duizenden padelbanen gekregen. Maar groei is niet hetzelfde als spreiding. In de ene provincie staan grote indoorcentra met tien of meer banen, terwijl spelers elders afhankelijk zijn van een paar buitenbanen bij een vereniging.
Lees meer
In De padelkaart van Nederland gebruikt Padelgids.nl zijn eigen locatiedatabase samen met openbare cijfers om te laten zien wat er achter de groei schuilgaat. Niet alleen hoeveel banen Nederland telt, maar waar ze staan, wie ze exploiteert, welk type baan wordt gebouwd en waar nieuwe capaciteit wordt verwacht.
De cijfers zijn daarbij geen eindpunt. Ze vormen het begin van het verhaal. Want achter iedere stip op de kaart zit een keuze: een vereniging die een tennisbaan opoffert, een ondernemer die een hal huurt, een gemeente die een vergunning verleent of een regio waar de vraag sneller groeit dan het aanbod..
Deze serie wordt daarom regelmatig opnieuw interessant. De Nederlandse padelkaart is nooit af.
Twee ranglijsten, twee verhalen
Volgens Padel in Cijfers 2025 telde Noord-Brabant 715 banen. Daarmee stond de provincie bovenaan. Noord-Holland volgde met 628 en Zuid-Holland met 598.
Kijk vervolgens naar het aantal maandelijkse spelers en de volgorde verandert. Noord-Holland kwam uit op 100.216 maandelijkse spelers, Zuid-Holland op 92.261 en Noord-Brabant op 70.800.
De combinatie van die twee tabellen is veel interessanter dan elk getal afzonderlijk. Noord-Holland heeft veel banen, maar ook uitzonderlijk veel vraag. De KNLTB concludeerde daarom dat de provincie ondanks 114 nieuwe banen in 2025 nog altijd de meeste maandelijkse spelers per baan had.
Wat is druk?
Spelers per baan is geen perfecte maatstaf. Niet iedere speler speelt even vaak en niet iedere baan heeft dezelfde openingstijden. Een indoorbaan die zestien uur per dag commercieel wordt verhuurd levert een andere capaciteit dan een buitenbaan die door weersomstandigheden of verenigingsregels beperkter beschikbaar is.
Toch maakt de verhouding zichtbaar waarom ‘er zijn toch al heel veel banen?’ geen goed antwoord is op lokale schaarste.
Een provincie kan honderden banen hebben en tegelijk volle piekuren, wachtlijsten en weinig ruimte voor lessen ervaren.
Brabant: schaal en spreiding
Noord-Brabant combineert grote steden, middelgrote gemeenten en een sterke verenigingsstructuur. Daardoor vind je er zowel commerciële centra als veel clubs met padel.
Met 163 aanbieders had Brabant in de KNLTB/EY-meting ook het hoogste aantal aanbieders. Dat betekent dat de 715 banen over relatief veel plekken zijn verspreid.
Voor een speler kan die spreiding prettig zijn. Een baan dichtbij huis is vaak waardevoller dan een megacentrum twintig kilometer verderop.
Noord-Holland: veel vraag op weinig ruimte
Noord-Holland kent een andere dynamiek. De regio Amsterdam trekt veel flexspelers en commerciële aanbieders, maar ruimte is duur en ruimtelijke procedures zijn complex. Een nieuwe locatie met tien banen maakt veel capaciteit vrij, maar kan door de omvang van de spelersmarkt toch snel vol raken.
Daarmee wordt padel een ruimtelijk vraagstuk. Niet alleen ‘willen mensen spelen?’, maar ‘waar kunnen we voldoende banen kwijt zonder bereikbaarheid, geluid en omgeving uit het oog te verliezen?’
Zeeland en de andere kant van de kaart
Zeeland telde in dezelfde meting 55 banen en 7.102 maandelijkse spelers. Dat zijn veel lagere absolute aantallen. Maar opnieuw zegt dat niet automatisch dat Zeeuwse spelers slechter af zijn.
De bevolkingsdichtheid is anders, reisafstanden zijn anders en de markt voor grote commerciële hallen is kleiner. Juist daarom moeten provincies niet met één maat worden beoordeeld.
De padelkaart is geen eredivisiestand. Het is een vraag-en-aanbodkaart.
Van provinciecijfer naar postcode
De volgende stap voor Padelgids kan nog verfijnder worden: niet alleen provincies vergelijken, maar verzorgingsgebieden. Hoeveel gerealiseerde banen liggen binnen tien of vijftien minuten rijden? Hoeveel inwoners delen die capaciteit? Hoeveel daarvan is indoor?
Dan ontstaat een kaart die spelers, gemeenten en ondernemers werkelijk kan helpen. De provincie is een handige eerste laag. De postcode vertelt uiteindelijk het echte verhaal.
Verdieping: wat het cijfer nog niet vertelt
Reken je heel grof met de KNLTB/EY-cijfers, dan zie je het contrast meteen. Noord-Holland heeft ongeveer 160 maandelijkse spelers per baan, Noord-Brabant ongeveer 99. Zo'n eenvoudige deling houdt geen rekening met speelintensiteit of openingstijden, maar laat wel zien waarom dezelfde hoeveelheid groei in twee provincies een verschillend effect kan hebben.
Daar komt bij dat vraag niet netjes binnen provinciegrenzen blijft. Een speler uit het Gooi kan in Utrecht boeken, iemand uit de Bollenstreek in Noord- of Zuid-Holland en een inwoner van een grensgemeente rijdt zonder nadenken naar de andere provincie. Een echte capaciteitskaart zou daarom met reistijdzones moeten werken in plaats van bestuurlijke grenzen.
Ook prijs kan een rol spelen. Wanneer schaarste groot is, kan de markt andere tarieven dragen dan in een regio waar meerdere aanbieders om dezelfde spelers concurreren. Voor verenigingen werkt het weer anders: daar kan een wachtlijst ontstaan terwijl commerciële banen in dezelfde regio nog wel beschikbaar zijn. De twee systemen bedienen elkaar overlappende, maar niet identieke groepen.
Daarom is ‘druk’ een begrip dat Padelgids zorgvuldig kan opbouwen. Niet één score, maar meerdere signalen: spelers per baan, bevolkingsdichtheid, indoorpercentage, gemiddelde locatiegrootte en toekomstige capaciteit. Pas samen vertellen ze waarom de ene regio op papier veel banen heeft en spelers toch blijven zoeken naar een vrij tijdslot.
De kaart in cijfers
- Noord-Brabant: 715 banen in KNLTB/EY 2025.
- Noord-Holland: 628 banen en 100.216 maandelijkse spelers.
- Zuid-Holland: 598 banen en 92.261 maandelijkse spelers.
- Brabant: 163 aanbieders; Noord-Holland: 121; Zuid-Holland: 123.
- Noord-Holland kreeg in 2025 114 nieuwe banen, maar bleef volgens KNLTB het hoogste aantal maandelijkse spelers per baan houden.
