Toen één padelbaan nog landelijk nieuws was
Toen padel nog niemand kende
Er was een tijd waarin niemand om half acht ’s avonds klaarzat om een populaire padelbaan te reserveren. Er waren geen grote indoorhallen, geen wachtlijsten voor lessen en nauwelijks Nederlanders die een eigen padelracket bezaten.
Lees meer
Sterker nog: wie twintig jaar geleden vertelde dat hij ging padellen, moest meestal eerst uitleggen wat dat eigenlijk was.
In Toen padel nog niemand kende gaat Padelgids.nl terug naar die periode. Naar de eerste banen in Nederland, de verenigingen die ruimte maakten voor een onbekende sport en de mensen die geloofden in padel voordat volle banen bewezen dat ze gelijk hadden.
We zoeken uit waar werd gespeeld, wie erbij waren, welke initiatieven slaagden en welke verdwenen. Maar vooral willen we weten hoe het voelde om ergens aan te beginnen waarvan nog niemand wist hoe groot het kon worden.
Want de geschiedenis van padel in Nederland bestaat niet alleen uit aantallen banen, kampioenschappen en groeicijfers. Het zijn vooral de verhalen van de mensen die als eerste de kooi instapten.
Een sport waarvoor nog uitleg nodig was
Stel je voor dat je in het voorjaar van 2006 langs een tennispark in Vijfhuizen loopt. Naast de vertrouwde tennisbanen staat iets nieuws. Het speelveld is kleiner. Er staat glas omheen. Het hekwerk lijkt niet bedoeld om alleen ballen tegen te houden, want tijdens het spel mogen die wanden gewoon worden gebruikt.
En dan het racket. Geen snaren, maar een dicht blad met gaten erin. Wat ís dit?
Die vraag hoef je tegenwoordig nauwelijks nog te beantwoorden. Maar in mei 2006 was uitleg noodzakelijk. Zelfs in het nieuwsbericht waarin de opening van de eerste officiële Nederlandse padelbaan werd aangekondigd, moest uitgebreid worden beschreven hoe de sport werkte: twee tegen twee, een speelveld van twintig bij tien meter, kunstgras, glazen wanden en dezelfde puntentelling als bij tennis.
Op donderdag 11 mei 2006 ging de baan in Vijfhuizen officieel open. Nederland had kennisgemaakt met padel. Niemand kon op dat moment weten wat daaruit zou ontstaan.

Eén baan als experiment
De eerste officiële baan lag bij Tenniscentrum De Nieuwe Brug in Vijfhuizen. Achter de introductie zat een samenwerking van Nederlandse en Spaanse partijen. Onder de naam DutchPaddle wilden Mundano B.V., Tennisbouw Nederland, Tenniscentrum De Nieuwe Brug en het Spaanse Nordpaddle de sport in Nederland introduceren.
Het plan was bovendien groter dan alleen Vijfhuizen. Nederland moest een uitvalsbasis worden van waaruit padel zich verder over Noordwest-Europa kon verspreiden. Met de kennis van nu klinkt dat bijna logisch. In 2006 was het allesbehalve vanzelfsprekend.
Er was geen grote groep spelers die om banen vroeg. Er bestond geen volwassen Nederlandse padelcompetitie. Trainers waren nauwelijks beschikbaar. Materiaal was niet op iedere straathoek te koop en de gemiddelde tennisser had nog nooit een padelwedstrijd gezien.
Je kon mensen dus niet vertellen dat er een nieuwe padellocatie kwam. Je moest eerst vertellen wat padel was. De baan werd niet gebouwd omdat de Nederlandse markt aantoonbaar klaar was voor padel. De baan werd gebouwd om te ontdekken óf Nederland klaar kon worden voor padel.
Een argument uit 2006 dat nog altijd wordt gebruikt
Opvallend is hoe modern een deel van de argumenten voor padel destijds al klonk. Een traditionele tennisbaan biedt ruimte aan maximaal vier spelers tegelijk. Op ongeveer dezelfde oppervlakte konden meerdere padelbanen worden gerealiseerd. Voor tennisparken was dat interessant.
Twintig jaar later speelt precies dezelfde ruimtevraag nog steeds wanneer verenigingen overwegen een tennisbaan om te bouwen naar padel: meer spelers op dezelfde oppervlakte, nieuwe doelgroepen aantrekken en meer activiteit op het park. De argumenten zijn nauwelijks veranderd. De omstandigheden wel.
Maar was Vijfhuizen echt de eerste?
Wie in de geschiedenis van padel in Nederland duikt, komt al snel De Herdgang tegen. Op het trainingscomplex van PSV lag in de pioniersperiode namelijk ook een padelbaan die niet toegankelijk was voor het gewone publiek. Guus Hiddink wordt in verschillende verhalen aan die baan verbonden.
Over het precieze jaar waarin die baan verscheen, lopen historische bronnen uiteen. Daarom is het onderscheid belangrijk. De baan op De Herdgang hoort zonder twijfel bij de vroegste Nederlandse padelgeschiedenis, maar was geen openbare padellocatie waarmee de sport officieel aan Nederland werd gepresenteerd.
Voor die mijlpaal kunnen we wél een concrete datum aanwijzen: 11 mei 2006, Vijfhuizen. Een paar dagen daarvoor verscheen de aankondiging waarin expliciet werd gesproken over de eerste padelbaan van Nederland en de officiële introductie van de sport.
Daarna bleef de grote doorbraak uit
Je zou verwachten dat na de opening snel baan twee, tien en vijftig volgden. Dat gebeurde niet. De Nederlandse padelrevolutie begon opvallend langzaam.
Spijkenisse behoorde eveneens tot de locaties van het eerste uur, maar van een landelijk netwerk was nog lang geen sprake. Zonder voldoende banen waren er weinig spelers. Zonder spelers was investeren in nieuwe banen riskant. Zonder trainers en wedstrijden was het moeilijk een echte sportgemeenschap op te bouwen.
Padel moest bovendien worden uitgelegd. Een net, een bal, een opslag en de tennistelling waren herkenbaar. Maar waarom stond er glas achter de baan? Waarom liet een speler de bal eerst langs zich gaan? En waarom ging het spel na contact met de achterwand gewoon verder?
In Enschede gebeurt iets belangrijks
Vier jaar na Vijfhuizen verschijnt er in Enschede een project dat achteraf een van de interessantste experimenten uit de Nederlandse beginjaren blijkt. Tennisvereniging Enschede Zuid, TEZ, besluit in 2010 drie padelbanen aan te leggen.
Dat is een wezenlijk andere stap dan één demonstratiebaan. Eén tennisbaan wordt omgebouwd tot drie padelbanen. De officiële opening vindt plaats op 18 juni 2010. Een dag later mag het publiek zelf kennismaken met padel.
Voor de demonstratie komen internationale topspeelsters naar Enschede, onder wie Valeria Pavón, Noelia Márquez en Majo Alayeto. Die laatste zou later samen met haar tweelingzus Mapi jarenlang tot de absolute wereldtop behoren.
TEZ wilde nieuwe en jongere leden aantrekken. Tussen april en oktober 2010 kreeg de vereniging volgens onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut 75 nieuwe leden. Voor het eerst werd zichtbaar wat de nieuwe sport voor een bestaande tennisvereniging kon betekenen: nieuwe mensen, nieuwe activiteit en nieuwe energie.
Een club die weer begon te leven
Vijf jaar later keek NRC opnieuw naar TEZ. De vereniging had een moeilijke periode achter de rug. Padel bleek een impuls. Mensen werden speciaal vanwege de nieuwe sport lid, anderen combineerden tennis en padel en er werden weer meer activiteiten georganiseerd.
Daarmee veranderde de discussie. De vraag was niet langer alleen of padel leuk was. Er kwam een tweede vraag bij: kan padel een tennisvereniging sterker maken? Steeds meer clubs zouden zich die vraag in de jaren daarna gaan stellen.
De vraag veranderde
Daarna ging het steeds sneller. Er kwamen meer verenigingen, commerciële locaties en indoorbanen. Er kwamen trainers, competities en toernooien. Nederlandse spelers gingen internationaal spelen. En mensen begonnen rechtstreeks met padel zonder eerst tennisser te zijn.
In 2006 was de meest gestelde vraag: wat is padel? Later werd het: waar kan ik padel spelen? Dat verschil vertelt eigenlijk het hele verhaal.
Daarom is het de moeite waard om terug te gaan naar Vijfhuizen. Niet omdat één baan eigenhandig verantwoordelijk was voor alles wat daarna gebeurde, maar omdat daar zichtbaar werd wat pionieren betekent: beginnen zonder volle reserveringsagenda, zonder hype en zonder zekerheid.
Alleen een glazen kooi en het idee dat Nederlanders dit misschien weleens heel erg leuk zouden kunnen vinden. Dat bleek een behoorlijk goede inschatting.
Help ons de eerste Nederlandse padeljaren terug te vinden
Was jij erbij toen padel in Nederland nog nauwelijks bestond? Heb je gespeeld in Vijfhuizen of Spijkenisse? Ken je het verhaal achter de oude baan op De Herdgang? Of was je betrokken bij TEZ, Maaspoort of een andere club die vroeg met padel begon? Mail de redactie via redactie@padelgids.nl. Oude foto’s, programmaboekjes, rackets, affiches, krantenknipsels en herinneringen zijn bijzonder welkom.