Column: De padelbubbel
Op maandag stond ik alweer op de baan.
En zo gaat het eigenlijk altijd.
Padel is voor veel mensen best verslavend. Je speelt een paar keer per week, kijkt uitslagen, volgt spelers, doet een toernooitje mee en voor je het weet draait een groot deel van je vrije tijd om de sport.
Daardoor krijg ik soms het gevoel dat heel Nederland padelt.
Totdat een klant van mij laatst zei:
"Ik heb nog nooit gepadeld."
Ik schrok daar oprecht van.
Niet omdat daar iets mis mee is, maar omdat ik me ineens realiseerde dat ik bijna vergeten was dat die mensen bestaan.
Mensen die wel eens van padel hebben gehoord, maar geen idee hebben hoe het werkt. Mensen die nog nooit een racket hebben vastgehouden. Mensen die niet weten wat een golden point is en daar waarschijnlijk ook prima mee kunnen leven.
En dat zette mij aan het denken.
Leven wij eigenlijk in een padelbubbel?
Als je veel op de club komt, lijkt het namelijk alsof padel overal is. De banen zitten vol, toernooien lopen goed, competities zijn druk bezet en iedereen kent wel iemand die speelt.
Maar buiten die wereld ziet het er heel anders uit.
Volgens cijfers van de KNLTB hebben ongeveer 876.000 Nederlanders minimaal één keer gepadeld. Daarvan spelen er ongeveer 424.000 maandelijks.
Dat zijn mooie aantallen.
Maar het betekent ook dat veruit de meeste Nederlanders niet padellen.
Toch gedragen we ons soms alsof iedereen de sport al kent.
En misschien zit daar wel een valkuil.
Ik hoor regelmatig dat mensen het lastig vinden om te beginnen. Dat het niveau steeds hoger wordt. Dat iedereen inmiddels zo goed lijkt te zijn geworden dat instappen moeilijk voelt.
Maar misschien komt dat gevoel juist doordat wij vooral naar onszelf kijken.
Naar de mensen die al spelen.
Naar de mensen die al lid zijn.
Naar de mensen die elk weekend op een toernooi rondlopen.
Terwijl er buiten die groep nog ontzettend veel mensen zijn die nog nooit een racket hebben vastgehouden.
Misschien ligt de grootste groeikans voor padel daarom niet bij de spelers die al drie keer per week op de baan staan.
Maar juist bij de mensen die nog nooit gespeeld hebben.
De collega die nieuwsgierig is.
De buurman die het eens wil proberen.
Of die klant die mij eraan herinnerde dat de wereld groter is dan de padelclub alleen.
Misschien moeten we af en toe even uit onze eigen padelbubbel stappen.
