Column: Is padel nog wel een volkssport?

Padel is misschien wel de grootste sporthype die Nederland de afgelopen jaren heeft gekend. Nieuwe banen schieten als paddenstoelen uit de grond, bedrijven investeren miljoenen, merken vechten om marktaandeel en clubs zitten nog altijd goed vol.

En toch vraag ik me de laatste tijd steeds vaker iets af. 

Is padel eigenlijk nog wel een volkssport? 

Dat klinkt misschien gek. Want juist padel staat bekend als laagdrempelig. Je hoeft geen jaren les te hebben gehad om een leuke rally te spelen. Je kunt met vrienden de baan op, een drankje drinken en plezier maken. Dat is misschien wel de grootste kracht van de sport. 

Maar laagdrempelig betekent niet automatisch betaalbaar. 

Kijk eens naar de praktijk. 

Veel spelers kunnen alleen 's avonds of in het weekend spelen. Precies op de momenten waarop de banen het duurst zijn én het lastigst beschikbaar zijn. 

Een baan kost dan al snel rond de veertig euro. Deel je dat door vier spelers, dan betaal je ongeveer tien euro per persoon. Speel je drie keer per week, dan ben je alleen aan baanhuur al ongeveer €130 per maand kwijt. 

En dan begint het pas. 

Je hebt een racket nodig. Schoenen. Ballen. Misschien volg je lessen, speel je competitie of schrijf je je af en toe in voor een toernooi. Voor veel fanatieke recreanten loopt dat bedrag ongemerkt steeds verder op. 

Ook de ontwikkeling van de racketmarkt vind ik interessant. 

Een goed instapracket onder de vijftig euro wordt steeds lastiger te vinden. Tegelijkertijd lijken de meeste nieuwe modellen zich vooral te richten op prijsklassen van €200, €300 of zelfs €400. 

Natuurlijk hoef je zo'n racket niet te kopen. 

Maar het roept wel een vraag op. 

Waarom is een recreatieve sport in relatief korte tijd zo duur geworden? 

Begrijp me niet verkeerd. Ik gun iedere ondernemer een gezond verdienmodel. Zonder commerciële clubs was padel waarschijnlijk nooit zo groot geworden. Zonder investeringen van merken, ondernemers en investeerders hadden we simpelweg niet zoveel banen gehad. 

Dat commerciële succes is dus helemaal niet het probleem. 

De vraag is alleen of we onderweg niet iets dreigen kwijt te raken. 

Want een volkssport draait niet alleen om het aantal mensen dat de sport beoefent. Een volkssport is óók een sport die financieel bereikbaar blijft. Voor studenten. Voor jonge gezinnen. Voor mensen die gewoon lekker twee of drie keer per week willen sporten. 

En misschien moeten we daar nu al over nadenken. 

Want als de kosten blijven stijgen, de beste speeltijden steeds duurder worden en ook het materiaal ieder jaar een stapje duurder lijkt te worden... 

Wanneer houdt een volkssport dan op een volkssport te zijn? 

Ik heb het antwoord niet. 

Maar ik denk wel dat het een vraag is die de padelwereld zichzelf de komende jaren steeds vaker zal moeten stellen.